Begrippenlijst
Veelgebruikte woorden en termen eenvoudig uitgelegd, zodat u precies weet wat ze betekenen.
Begrippenlijst
Een bouwdepot is een apart deel van uw lening dat bedoeld is voor de verbouwing of verbetering van uw woning. Het geld staat tijdelijk op een speciale rekening bij de geldverstrekker. U kunt het bedrag stap voor stap gebruiken om rekeningen van aannemers of leveranciers te betalen. Na goedkeuring van de facturen wordt het geld uit het bouwdepot aan hen overgemaakt.
De incasso van de rente en aflossing van de lening wordt verzorgd door DNGB Originator B.V. (DNGB), gevestigd aan de Landdrostdreef 124 in (1314 SK) Almere, KvK-nummer 52976629. Op werkdagen tijdens kantooruren bereikbaar op 085-4894850 of per e-mail info@dngb.nl. DNGB verzorgt ook de administratie van de lening en verstrekt de fiscale jaaroverzichten.
Een hypotheekakte is een officieel document van de notaris waarin alle afspraken over uw hypotheek staan, zoals het leenbedrag, de rente en de looptijd. De notaris registreert de akte in het Kadaster, zodat duidelijk is dat de leningnemer recht heeft op de woning zolang de lening niet is terugbetaald.
Het hypotheekrecht is het recht van de leningnemer op de woning zolang de lening nog niet is terugbetaald. Als de lening niet wordt afgelost, mag de leningnemer de woning verkopen om het geleende bedrag terug te krijgen.
Een leenovereenkomst is een schriftelijke afspraak tussen de leninggever en de leningnemer over een lening. In de overeenkomst staan onder andere het leenbedrag, de rente, de looptijd en de wijze van terugbetaling. Voor het opstellen van een leenovereenkomst hoeft u niet naar de notaris, maar de overeenkomst wordt niet geregistreerd in het Kadaster.
De leninggever is de persoon die geld uitleent aan iemand anders (de leningnemer). De leninggever spreekt af dat het geleende bedrag later wordt terugbetaald, meestal met rente. In een familielening is de leninggever vaak een ouder, grootouder of ander familielid.
De leningnemer is de persoon die geld leent van de leninggever. De leningnemer spreekt af om het geleende bedrag binnen een bepaalde tijd terug te betalen, meestal met rente. In een familielening is de leningnemer vaak het kind of kleinkind dat het geld gebruikt voor de aankoop of verbouwing van een woning.
Als u alle gegevens over de familielening heeft ingevuld in uw account op familielening.nl, stellen wij een offerte voor de geldlening op. In de offerte staan alle belangrijke afspraken: leenbedrag, rente, looptijd, maandlasten en voorwaarden. Wanneer u de offerte heeft doorgenomen en akkoord gaat, kunt u deze ondertekenen. Op basis hiervan stellen wij de leenovereenkomst, aflossingsschema's en voorwaarden op.
Een bezit of goed dat wordt gegeven als zekerheid voor een lening. Als de leningnemer de betalingsverplichtingen niet nakomt, heeft de leninggever het recht om het onderpand te verkopen of te gebruiken om de openstaande schuld te voldoen. Een onderpand kan bijvoorbeeld een woning, auto of ander waardevol bezit zijn.
Een vergoeding die wordt betaald voor het gebruiken van geld dat van iemand anders is. De hoogte van de rente wordt uitgedrukt als een percentage per jaar van het geleende bedrag. Bij een familielening moet de rente marktconform zijn , vergelijkbaar met wat een bank in een vergelijkbare situatie zou rekenen , om te voldoen aan de eisen van de Belastingdienst.
De periode waarin de afgesproken rente op een lening of hypotheek gelijk blijft. Tijdens deze periode verandert het rentepercentage niet, waardoor de maandlasten stabiel blijven. Na afloop kan de rente worden aangepast aan de dan geldende marktrente. Bij de Nationale Familielening ontvangt u aan het einde van de rentevaste periode automatisch een voorstel voor een nieuw rentetarief.
Een schriftelijke of digitale toestemming waarmee iemand een bedrijf of organisatie toestemming geeft om automatisch geld van zijn bankrekening te incasseren binnen het Europese SEPA-gebied. Bij de Nationale Familielening wordt de maandelijkse rente en aflossing via een SEPA-machtiging geïncasseerd.
Een verplichting om een geldbedrag aan iemand anders te betalen. De persoon die moet betalen heet de schuldenaar, en degene die recht heeft op betaling is de schuldeiser. Een schuld kan ontstaan door een lening, koop op afbetaling of andere overeenkomst.
Staat een begrip er niet bij, of heeft u nog vragen?