Begrippenlijst
Veelgebruikte woorden en termen rondom de familielening en familiehypotheek eenvoudig uitgelegd, zodat je precies weet wat ze betekenen.
Alle begrippen
Annuïtaire aflossing
Aflossingsvorm waarbij maandelijks een vast totaalbedrag aan rente en aflossing samen wordt betaald. In het begin bestaat de maandtermijn vooral uit rente, aan het einde vooral uit aflossing. Voor renteaftrek eist de Belastingdienst dat een lening voor de eigen woning binnen maximaal 30 jaar en ten minste annuïtair wordt afgelost. Zie ook de fiscale regels van de familiehypotheek.
Bouwdepot
Een bouwdepot is een apart deel van je lening dat bedoeld is voor de verbouwing of verbetering van je woning. Het geld staat tijdelijk op een speciale rekening bij de geldverstrekker. Je kunt het bedrag stap voor stap gebruiken om rekeningen van aannemers of leveranciers te betalen. Na goedkeuring van de facturen wordt het geld uit het bouwdepot aan hen overgemaakt.
Box 1 en box 3
Dit zijn begrippen uit de inkomstenbelasting. In box 1 belast de Belastingdienst inkomen uit werk en woning; daar is de rente van een lening voor de eigen woning aftrekbaar voor de lener. Bij de geldgever valt de uitgeleende som als vermogen in box 3. Sinds 2025 mag de geldgever daar het werkelijke rendement opgeven als dat lager is dan het forfaitaire rendement. Meer hierover in de fiscale regels van de familiehypotheek..
DNGB
Nationale Familielening wordt verzorgd door DNGB, gevestigd aan de Landdrostdreef 124 in (1314 SK) Almere, KvK-nummer 50520881. Op werkdagen tijdens kantooruren bereikbaar op 085-4894850 of per e-mail [email protected]. DNGB verzorgt ook de administratie van de lening en verstrekt de fiscale jaaroverzichten.
Eigenwoningschuld
Het deel van je lening(en) dat is gebruikt voor de aankoop, verbouwing of verbetering van de eigen woning én voldoet aan de fiscale voorwaarden: ten minste annuïtair aflossen binnen 30 jaar, schriftelijk vastgelegd en opgegeven in de belastingaangifte. Alleen over de eigenwoningschuld is de rente aftrekbaar in box 1. Een familielening kan volledig als eigenwoningschuld kwalificeren.
Familiehypotheek
Een familiehypotheek is een familielening waarbij de geldgever een hypotheekrecht krijgt: de overeenkomst wordt notarieel vastgelegd en ingeschreven in het Kadaster, met de woning als onderpand. Fiscaal gelden dezelfde regels als voor een onderhandse familielening. Lees de complete gids over de familiehypotheek voor alle regels, rente en een stappenplan.
Hypotheekakte
Een hypotheekakte is een officieel document van de notaris waarin alle afspraken over je hypotheek staan, zoals het leenbedrag, de rente en de looptijd. De notaris registreert de akte in het Kadaster, zodat vastligt dat de leninggever de woning als onderpand heeft zolang de lening niet is terugbetaald.
Hypotheekrecht
Het hypotheekrecht is het recht van de leninggever op de woning als onderpand, zolang de lening nog niet is terugbetaald. Als de lening niet wordt afgelost, mag de leninggever de woning laten verkopen om het geleende bedrag terug te krijgen. Een familielening met hypotheekrecht heet een familiehypotheek. Als een familiehypotheek wordt aangegaan in combinatie met een hypotheek van een bank, dan heeft het hypotheekrecht van de bank altijd voorrang.
Kadaster
Het openbare register waarin vastgoed en de daarop gevestigde rechten worden geregistreerd. Bij een familiehypotheek schrijft de notaris het hypotheekrecht in het Kadaster in, zodat voor iedereen, ook voor een bank die later een hypotheek verstrekt, kenbaar is dat de woning als onderpand voor de familielening dient.
Leenovereenkomst
Een leenovereenkomst is een schriftelijke afspraak tussen de leninggever en de leningnemer over een lening. In de overeenkomst staan onder andere het leenbedrag, de rente, de looptijd en de wijze van terugbetaling. Voor het opstellen van een leenovereenkomst hoef je niet naar de notaris, maar de overeenkomst wordt niet geregistreerd in het Kadaster.
Leninggever
De leninggever is de persoon die geld uitleent aan iemand anders (de leningnemer). De leninggever spreekt af dat het geleende bedrag later wordt terugbetaald, meestal met rente. In een familielening is de leninggever vaak een ouder, grootouder of ander familielid.
Leningnemer
De leningnemer is de persoon die geld leent van de leninggever. De leningnemer spreekt af om het geleende bedrag binnen een bepaalde tijd terug te betalen, meestal met rente. In een familielening is de leningnemer vaak het kind of kleinkind dat het geld gebruikt voor de aankoop of verbouwing van een woning.
Marktconforme rente
Een rente die vergelijkbaar is met wat een bank in een vergelijkbare situatie zou rekenen. De Belastingdienst eist een marktconforme rente bij een familielening: is de rente te laag of juist te hoog, dan kan het verschil als schenking worden aangemerkt, met schenkbelasting als mogelijk gevolg. Hoe je een marktconforme rente onderbouwt, lees je bij welke rente mag je rekenen.
Offerte geldlening
Als je alle gegevens over de familielening hebt ingevuld in je account op familielening.nl, stellen wij een offerte voor de geldlening op. In de offerte staan alle belangrijke afspraken: leenbedrag, rente, looptijd, maandlasten en voorwaarden. Wanneer je de offerte hebt doorgenomen en akkoord gaat, kun je deze ondertekenen. Op basis hiervan stellen wij de leenovereenkomst, aflossingsschema's en voorwaarden op.
Onderpand
Een bezit of goed dat wordt gegeven als zekerheid voor een lening. Als de leningnemer de betalingsverplichtingen niet nakomt, heeft de leninggever het recht om het onderpand te verkopen om de openstaande schuld te voldoen. Een onderpand kan bijvoorbeeld een woning, auto of ander waardevol bezit zijn.
Opgaaf lening eigen woning
De verplichte melding van een lening van familie (of een andere niet-bancaire geldverstrekker) in de belastingaangifte van de lener, inclusief de gegevens van de geldgever. Zonder deze opgaaf vervalt het recht op renteaftrek, in de praktijk de duurste vergeetfout bij familieleningen. DNGB verstrekt jaarlijks een fiscaal jaaroverzicht zodat de juiste gegevens klaarliggen voor de aangifte.
Rente
Een vergoeding die wordt betaald voor het gebruiken van geld dat van iemand anders is. De hoogte van de rente wordt uitgedrukt als een percentage per jaar van het geleende bedrag. Bij een familielening moet de rente marktconform zijn, vergelijkbaar met wat een bank in een vergelijkbare situatie zou rekenen, om te voldoen aan de eisen van de Belastingdienst.
Rentevaste periode
De periode waarin de afgesproken rente op een lening of hypotheek gelijk blijft. Tijdens deze periode verandert het rentepercentage niet, waardoor de maandlasten stabiel blijven. Na afloop kan de rente worden aangepast aan de dan geldende marktrente. Bij de Nationale Familielening ontvang je aan het einde van de rentevaste periode automatisch een voorstel voor een nieuw rentetarief.
Schenkvrijstelling
Het bedrag dat per jaar belastingvrij mag worden geschonken. Ouders mogen hun kind in 2026 tot €6.908 belastingvrij schenken; voor andere familieleden en derden geldt een lagere vrijstelling. Bij leen-schenken wordt de vrijstelling gebruikt om de maandlasten van de familielening geheel of gedeeltelijk terug te schenken.
Schuld
Een verplichting om een geldbedrag aan iemand anders te betalen. De persoon die moet betalen heet de schuldenaar, en degene die recht heeft op betaling is de schuldeiser. Een schuld kan ontstaan door een lening, koop op afbetaling of andere overeenkomst.
SEPA-machtiging
Een schriftelijke of digitale toestemming waarmee iemand een bedrijf of organisatie toestemming geeft om automatisch geld van zijn bankrekening te incasseren binnen het Europese SEPA-gebied. Bij de Nationale Familielening wordt de maandelijkse rente en aflossing via een SEPA-machtiging geïncasseerd.
Tweede rang (hypotheek)
De positie van een hypotheekrecht in de rangorde van schuldeisers. Loopt er al een bankhypotheek (eerste rang), dan krijgt de familie bij een familiehypotheek meestal een hypotheekrecht op tweede rang: bij een gedwongen verkoop wordt eerst de bank terugbetaald en daarna de familie. Meer over deze keuze lees je bij familiehypotheek of onderhandse lening.
Staat een begrip er niet bij, of heb je nog vragen?